Kortom...

Gepubliceerd op 7 juli 2020 om 09:00

Columnist Frank Heijthuijsen schrijft onder het kopje 'Kortom...' soms hilarisch, dan weer ontroerend over zaken die hem zoal bezighouden.

Doneren

Er zijn soms van die zaken die je voor je uit blijft schuiven. Omdat je niet weet wat je ermee aan moet. Of omdat je gewoon te laks bent. Neem nou het nieuwe Donorregister, over het doneren van organen en weefsels na je overlijden. Op 1 juli 2020 is de donorwet veranderd. Met deze wet komt iedereen in Nederland vanaf 18 jaar in het Donorregister. Mits en tenzij. Er is een keuzemenu aan gekoppeld met vier keuzes die je kunt maken: 1. Ja, doe maar. 2. Nee, laat maar. 3. Ik wijs één persoon aan die beslist na mijn overlijden. 4. Mijn partner of familie beslist na mijn overlijden.
God mag weten waarom, maar ik ben er nog niet uit, waarbij ethische of religieuze bezwaren feitelijk geen rol spelen. Vooralsnog kom ik niet veel verder dan denken aan het liedje ‘Madammen met een bontjas’ van Urbanus (van Anus). Een soort wraakoefening door de Belgische komiek, waarin hij opsomt wat hij zou willen doen met lichaamsdelen van vrouwen die bontjassen dragen.
Ik vraag me daarbij af welke van mijn organen nog bruikbaar zouden kunnen zijn wanneer ik dit ondermaanse heb verlaten en wie er nog plezier aan zou kunnen beleven. Het hart? Diverse keren gebroken, meestal door eigen schuld. Zitten wat krassen op en deuken in, maar als tweedehandsje misschien nog te gebruiken. De longen? Vergeefse moeite, wegens nog steeds roker. Maak ik niemand blij mee. De huid? Altijd een babyhuidje gehad, valt best nog wat van te maken. De oren? Na ruim vier decennia concert- en festivalbezoek behoorlijk aan slijtage onderhevig, waarbij opgemerkt dat er bij mij tussen horen en luisteren de nodige discrepantie bestaat. De ogen? Twijfelgevalletje. Het zicht loopt wat achteruit, maar nog te ijdel en te koppig om een bril te overwegen. De lever? Deels stevig gemarineerd in alcohol, maar kan er waarschijnlijk nog mee door. De nieren? Geen idee. Met een sausje erbij mogelijk goed te eten.
Of mijn edele delen na mijn dood nog voor iemand bruikbaar zouden kunnen zijn? Ga ik hier maar niet over uitweiden. Daar heb ik de ballen niet voor.

 

Frank Heijthuijsen


«   »