Rob Bongaarts bouwt zijn Hans en Grietje-huisje op Giel Peetershof Egchel

Gepubliceerd op 7 september 2020 om 11:00

EGCHEL I  Wie wel eens over Giel Peetershof wandelt (en welke Egchelnaar doet dat niet?) heeft hem misschien wel eens aan het werk gezien aan zijn primitief ogende ‘lemen hut’: Rob Bongaarts is de naam, en hij bouwt eigenhandig zijn eigen huis, vrijwel uitsluitend met gebruikte materialen en natuurproducten. Met zijn lange grijzen manen is Rob Bongaarts bijna net zo opvallend als het huis-in-wording. Maar een kluizenaar is hij allerminst: hij vindt het leuk als je hem aanspreekt over zijn bijzondere project.

Het wordt waarschijnlijk het meest duurzame huis van de wijk, en pas op hè: kom over een tijdje nog eens terug om te zien hoe de ‘plaggenhut’ er dán uitziet.’ Je zou het misschien niet zeggen, maar Rob Bongaarts (64) was ooit een snelle, goed verdienende ICT-specialist met een schijnbaar perfect leven. ‘Ik was getrouwd, had een dochter, een hypotheek en werkte vijf dagen in de week op kantoor – als ik op kantoor zat, wist ik niet wat voor weer het buiten was.’ Rond zijn 50e gooide hij zijn leven om, mede na een ongeluk dat hem aan het denken zette. Hij scheidde van zijn vrouw, zegde zijn baan op met een ontslagregeling, verkocht zijn huis en begon een nieuwe reis door het leven. ‘Ik ben gaan rondkijken in de wereld van de duurzaamheid. Dat was er eerder niet van gekomen.’

Antikraak
Helemaal vreemd was het onderwerp duurzaamheid niet voor hem. Opgegroeid in Heel en Panheel (‘Ik spreek ook Limburgs’) was hij zich, mede door zijn vader, al vroeg bewust van de waarde van natuur, zelf voedsel verbouwen en eenvoudig leven. Na zijn omslag ging hij antikraak wonen in het voormalige grootseminarie Haarendael (bij Tilburg) en sloot hij zich aan bij Ecodorp Brabant. Op het voormalige terrein van De Kleine Aarde experimenteerden vrijwilligers met circulair, duurzaam bouwen. ‘Daar heb ik veel geleerd. Maar ik zag ook dat samenwerken met een heterogene groep niet altijd even gemakkelijk is.’ In 2017 kwam het besef: ik moet een eigen plek hebben. Een vriend tipte hem over Giel Peetershof. Hij begon tweedehands materialen te verzamelen voor een zelf te bouwen huis. Een deel van het benodigde hout komt van een landgoed in België waar hij na Haarendael twee jaar woonde en een bos uitdunde. Dat bracht hem op het idee om er een huis mee te bouwen. De deuren en ramen van zijn nieuwe huis komen van een experimenteel strobalenpaviljoen van Ecodorp Brabant, dat na beschadigingen in 2017 moest worden afgebroken. En bij een gestopte nertsenfarm tikte hij dakpannen en houten framebalken op de kop (‘Preciés de goede maat, gewoon via Marktplaats’).

Strobouw – met riet
Robs huis is strobouw, ‘maar dan met riet, want dat is sterker’. Riet is niet alleen natuurlijk, het heeft ook een goede isolerende werking in winter én zomer. Aan de buitenmuur zit kalkpleister, binnen leem. Natuurlijk komen er zonnepanelen op het dak (‘die gaan veel meer leveren dan ik verbruik’), en de koelte van de geventileerde kruipruimte gaat naar de koelkast en is voldoende om etenswaren enkele dagen goed te houden. Voor koken en verwarmen is er de zogeheten ‘rocket stove’: een super-efficiënte houtkachel die ook veel minder uitstoot dan andere kachels. En warm water voor een douche in de winter? ‘Gewoon met twee liter warm water van een waterkoker. Ik douche kort en heb maar vijf liter water nodig. Met een dun straaltje kun je best lang douchen.’ Om te voldoen aan de nieuwste energieregels heeft hij ook een slimme airco die koelt en verwarmt. ‘Maar ik heb alternatieve manieren, dus die hoef ik straks niet te gebruiken.’

Vrijwel alles zelf
Rob doet vrijwel alles zelf. ‘Ik ben geen echte bouwer, ik los mijn problemen zelf op. Ik heb veel rondgekeken in het Ecodorp en verwante projecten. Ook tijdens het bouwen hier kijk ik goed wat werkt en wat niet werkt. Van het technische deel heb ik alleen de aansluiting op de meterkast laten doen. En iemand met wat meer ervaring heeft me geholpen bij het leggen van de buizen van de vloerverwarming. Die wordt gekoppeld aan de rocket stove, en met computerventilatoren wordt warmte die in de nok blijft hangen naar beneden geblazen.’ Binnenkort begint hij met de aanbouw van het laatste stuk en ergens volgend jaar moet het huis zo’n beetje klaar zijn. Volgend jaar wordt ook een begin gemaakt met de tuin.

‘Gewone nieuwbouwwijk’
Hoewel hij zeker geen spijt heeft van zijn komst naar Giel Peetershof, moet hem toch iets van het hart: ‘Ik mis wel een beetje het sociaalvernieuwende concept van de wijk, zoals de gemeente dat aanvankelijk voor ogen stond: mensen samenbrengen in een woonwijk die samen brainstormen over ideeën rond duurzaamheid.’ Economische tegenwind maakte dat de gemeente de duurzaamheidscriteria voor Giel Peetershof versoepelde, en dat bleef niet zonder gevolgen. ‘Een projectontwikkelaar gebruikte Collectief Particulier Ondernemerschap om hier huizen te verkopen. Maar daar is CPO niet voor bedoeld. Gelukkig zijn er toch nog een paar zelfbouwers. Maar al met al lijkt Giel Peetershof nu toch vooral een gewone nieuwbouwwoonwijk. Jammer dat het sociale aspect hier in de wijk niet echt is gelukt.’ Zelf zou Rob ooit nog wel eens met andere mensen een project willen doen rond bijvoorbeeld tiny houses, voedselbossen of iets dergelijks. Maar voorlopig is hij nog full time bezig met zijn eigen huis.

Nieuwsgierige wandelaars
Met dat huis zet hij wel alvast wat mensen aan het denken. Het valt op, en het komt dan ook regelmatig voor dat mensen die voorbijwandelen, hem aanspreken. ‘Ik vind het leuk dat inwoners van Egchel nieuwsgierig zijn. Veel mensen appreciëren wat ik doe en reageren heel erg leuk. Zij zien dat dit huis een groot contrast is met waar de samenleving naar toe gaat.’

 

Tekst en foto's : Patrick van 't Hooft 


«   »