Kortom...

Gepubliceerd op 15 september 2020 om 09:00

Lesbos

Veel van de vakantieherinneringen zijn in de loop van de tijd vervaagd, als een foto die lang aan zonlicht is blootgesteld. Er was de mengeling van lichte ontgoocheling en chagrijn, toen bleek dat het -weliswaar primadeluxe- appartementencomplex zich op zo’n drie kilometer van de bewoonde wereld bleek te bevinden en het aanpalende zwembad nog ‘under construction’ was. Knarsetandend werd aanvankelijk gebruik gemaakt van een pendeldienst met een busje, dat met regelmaat naar de schitterende, tegen een bergwand opgetrokken hoofdstad Mytilini voerde, de geboorteplaats van de lyrische dichteres Sappho (‘de honingzoete glorie van Lesbos’, volgens de Romeinse schrijver Lucianus). Het busje werd al snel verruild voor de benenwagen, want zalige traagheid behoort immers ook tot de -vaak veronachtzaamde- vakantiegenoegens.

Er was de busreis waar we ons toe lieten verleiden. Inclusief het uitstapje naar het ‘petrified forest’, het ‘Versteende woud van Lesbos’, tevens het grootste van de twee belangrijkste versteende wouden in de wereld, zoals Wikipedia me duidelijk maakt. De reisgids verhaalde onderweg over de ongeëvenaarde Griekse gastvrijheid. Iets waar we ons van konden overtuigen toen we, bij een tussenstop bij een terrasje, met rammelende magen aanvielen op wat er op tafel werd gezet. De hapjes bleven maar komen en we bleven maar eten, onwetend van het gebruik dat je -wanneer je voldaan bent- wat op je bordje moet laten liggen, omdat anders wordt verondersteld dat het te weinig is geweest en je nog altijd honger hebt. De excursie eindigde met een diner in een restaurant, gevolgd door wat muzikaal entertainment. Ik liet me onder zachte dwang overhalen om ingewijd te worden in traditionele Griekse dans. Zonder bijster veel succes, als Hollandse Houten Klaas.

En er was en is dé Foto. Een kiekje waarmee mijn toenmalige geliefde me tot in lengte van dagen kan chanteren. Gemaakt bij het krieken van de dag. Ik liet me in adamskostuum vereeuwigen in de slaapkamer en stak in een jolige bui mijn hoofd tussen mijn benen, met vrij uitzicht op mijn anus en waardoor het door het ietwat vertekenende perspectief lijkt alsof mijn hang- en sluitwerk vlak voor mijn neus bungelt. Alleen iets voor sterke magen. Schaamte? Welnee. Die welt pas op bij het zien van de mensonterende toestanden in het vluchtelingenkamp Moria op Lesbos. En hoe de internationale gemeenschap daar z’n gat aan afveegt.

 

Frank Heijthuijsen


«   »