Kortom...

Gepubliceerd op 2 februari 2021 om 09:00

Straat

Er is de op leeftijd zijnde alcoholist, die af en toe met onvaste tred en in kennelijke staat wat aan lichaamsbeweging doet, de blik steevast op oneindig, en wiens kansen op een zonnige toekomst naar alle waarschijnlijkheid procentueel lager liggen dan het promillage van de reeds genuttigde drank.
De teruggetrokken en ietwat mensenschuwe kunstenares die haar hond uitlaat, altijd gekleed in een oranje wegwerkershesje, die even verderop in een door bomen en struiken omzoomde woning leeft die doet denken aan een sprookjeshuisje, waar zij haar man verzorgt, die een tijd geleden een hersenbloeding heeft gehad en sindsdien aan een rolstoel is gekluisterd.
De altijd goedlachse melkboer, wiens supermarkt op wielen tevens dienstdoet als biechtstoel, huiskamer, een plek voor roddel en achterklap, nieuwszender en klaagmuur, en die -in wat in mijn geheugen steeds meer begint te lijken op een ver en grijs verleden- als jeugdspelertje tijdens een voetbalkamp in de felle zon dusdanig verbrandde dat zijn rug er uitzag als had iemand er kauwgumbellen op geblazen.
De man van de boerderij op de hoek waar je talloze keren langs bent gelopen, maar die je nooit hebt gekend en over wie later de wildste geruchten de ronde deden nadat hij uit het leven was gestapt, waardoor je met de kennis van nu opeens begrijpt wat die politieauto en ambulance met zwaailichten in je doorgaans rustige buurt destijds te betekenen hadden.
De postbode die bijna wekelijks aanbelt met een pakketje en met wie je altijd even een praatje maakt of wat slap ouwehoert, tot je ‘m een tijdje mist en hij je bij terugkeer vertelt dat zijn afwezigheid te wijten was aan corona, wat hem en zijn vrouw de drie zwaarste weken van zijn leven heeft bezorgd en hij helemaal klaar is met de idioten die corona nog altijd als een ‘griepje’ afdoen.
De bewoners met een verstandelijke beperking van een zorgwoning even verderop, die je tijdens covid-wandelingetjes wel eens tegenkomt, waarbij je je -deels met een glimlach, deels met een beetje schaamrood op de kaken- telkens afvraagt wie van dat groepje nou de begeleider is.
In mijn straat komt en gaat het leven zoals het is voorbij, inclusief de pijn van het zijn waar iedereen ooit in meer of mindere mate mee te maken krijgt. Die vluchtige ontmoetingen zijn deels een bevestiging van wat je feitelijk al lang wist: tot hier en nu heb je verdomd veel geluk gehad. Afkloppen maar.

Frank Heijthuijsen


«   »