Kortom...

Gepubliceerd op 7 september 2021 om 09:00

Hoe?

Ruim anderhalf jaar na Wuhan verblijf ik in de staat Hoedan? Of, om met Benny Neyman te spreken: ‘Hij weet niet hoe’. Hoe begeef je je in tijden van een pandemie in het sociale verkeer, zonder brokken te maken? In minder verdachte tijden was het allemaal eenvoudig. Bij kennismaking met een onbekende of met iemand die niet tot je inner circle behoorde, gaf je een hand. Vrienden kregen een high five of een ‘bro’-hand, waarbij je iemands hand omklemt, hem naar je toetrekt, omhelst en een klop op de schouder of rug geeft. Binnen mijn vriendenkring was het vroeger usance dat ook mannen elkaar bij begroeting een zoen gaven, een gebruik dat geruisloos is verdwenen, mogelijk door een toegenomen preutsheid, zoenschaamte of het risico om van nichterigheid te worden beschuldigd. Ik ben van nature niet wars van fysiek contact. Vriendinnen kregen vroeger drie zoenen op de wang, Belgische vriendinnen eentje. Vriendinnen waar ik close mee was een vluchtige zoen op de mond. Waarbij aangetekend dat ik mezelf niet als het type beschouw dat op nieuwjaarsrecepties met getuite lippen en een broek vol goesting op zoek is naar een zoenprooi, noch dat ik in een nieuw te verschijnen stripalbum van Suske & Wiske als ‘De likkebaardende lebberaar’ te boek wil staan.
Corona heeft het sociale verkeer volledig op zijn kop gezet. De boks, de ellebooggroet, voetje tikken of de namasté-groet, waarbij je je handen voor de borst vouwt, een kleine buiging maakt en je je voor een fractie van een seconde de Dalai Lama waant, zijn er voor in de plaats gekomen. Tijdelijk of blijvend?
De sociale spagaat waarin ik me bevond, kwam afgelopen weekend aan het licht toen ik een festival bezocht. Voor niet-ingewijden: dat is een evenement voor 750 in plaats van 70.000 bezoekers, waar je naar bandjes kijkt in plaats van naar gierende banden. Het was aanvankelijk nogal onwennig, voor mij en vele andere bezoekers. Uitgestoken handen werden met een boks begroet en vice versa, er werden over en weer luchtkusjes toegeworpen. Maar gaandeweg ontwikkelde zich het oude sociale patroon. Er werden handen geschud, er vonden omhelzingen plaats en er werden klapzoenen uitgedeeld, onder het motto ‘dat het toch allemaal verrekt’. Mogelijk daartoe aangezet door het feit dat alle bezoekers streng op besmettingen werden gecontroleerd middels een coronacheck. Anderhalf jaar onthouding van festivals en het slechts mondjesmaat zien van vrienden, gekoppeld aan opzwepende livemuziek, zorgden voor een enorme ontlading. Er werd gelachen, gezongen, gedanst en geschreeuwd alsof het einde der tijden nabij was en met een gigantisch feest werd verwelkomd.
Nu maar eens zien of ik die twee gratis door de overheid beschikbaar gestelde zelftests de komende tijd nog nodig heb.

Frank Heijthuijsen


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.