Sjaan van Horen verlaat kloppend hart van Beringe

Gepubliceerd op 17 april 2020 om 09:00

Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Voor Sjaan van Horen is na tien jaar als medebeheerster van De Wieksjlaag in Beringe die tijd nu aangebroken. Een vertrek dat door het coronavirus nu een beetje met de stille trom lijkt te gaan.

“Het is nu inderdaad een dooie boel in De Wieksjlaag”, start ze het gesprek met onvervalste Brabantse tongval. Na meer dan haar halve leven in Beringe is ze die niet verleerd. “Normaal gesproken bruist het hier de hele dag van de activiteiten.” Het kloppend hart van Beringe ligt nu echter, zoals alle gemeenschapsaccommodaties in Peel en Maas, tijdelijk stil. Op de onderhoudswerkzaamheden na. “We hebben de vloeren geboend, de gordijnen laten stomen en nog wat overige klusjes gedaan. Ook het jaarlijkse service-onderhoud is inmiddels achter de rug. Ik hoop dat na de zomerperiode alles weer normaal is en de activiteiten weer hervat kunnen worden, zodat ik mijn opvolger alsnog kan inwerken.” Voor degene die in Sjaans voetsporen stapt, heeft het stichtingsbestuur een duidelijk profiel opgesteld. Hij of zij moet in ieder geval in Beringe wonen, sociaal betrokken zijn, zelfstandig kunnen werken, communicatief en digitaal vaardig zijn. Een soort tweede Sjaan dus.

Als een jas
Zelf rolde Sjaan bij toeval in haar functie bij het Beringse gemeenschapshuis. “Ik was al via het Dorpsoverleg (tegenwoordig Dorpscoöperatie Steingood, red.) als bestuurslid betrokken bij De Wieksjlaag. De toenmalige beheerder gaf destijds aan te willen stoppen. Aangezien ik net door boventalligheid mijn baan was kwijtgeraakt, vroeg het stichtingsbestuur mij als vervanger. Het eerste jaar kon ik met behoud van mijn uitkering meedraaien om te ervaren of het iets voor mij en voor de stichting was”, blikt ze terug. Het werken in De Wieksjlaag bleek Sjaan als een jas te passen. De oorspronkelijke acht uurtjes per week groeiden door naar tien en inmiddels vijftien. Samen met Ves van Rijt, uitbater van het inpandige café De Nabber, zorgt ze voor het reilen en zeilen binnen de accommodatie. “De samenwerking tussen ons verloopt goed. Er zijn normaal gesproken de hele dag door activiteiten. Er maken namelijk een dikke twintig verenigingen wekelijks gebruik van de ruimtes hier. Ik neem altijd de ochtendroutine voor mijn rekening. Na het openen maak ik een rondje door de ruimtes om te checken of alles op z’n plek staat. Daarna verzorg ik de facturatie, beantwoord de mail, let op de clubjes die binnenkomen, doe de reserveringen, maak offertes, enzovoorts. In de loop van de ochtend komt Ves. Vanwege het café blijft hij altijd tot de avonduren.”

Op belafstand
Na tien jaar komt aan deze routine nu bijna een eind. “Klopt”, bevestigt Sjaan. “Ik had nog wel door kunnen gaan en heb er ook over getwijfeld omdat ik het zo graag doe. Maar het is prima zo.” Bang voor het zogenaamde zwarte gat is ze in ieder geval niet. “Natuurlijk blijf ik op belafstand en kan er altijd een beroep op me gedaan worden. Maar dan heb ik de ruimte om ook een keer ‘nee’ te zeggen als het mij niet uitkomt. De betrokkenheid bij Beringe en de gemeenschap verandert voor mij niet. Ik blijf sowieso bestuurslid bij de dorpscoöperatie. En misschien pak ik nog wat ander vrijwilligerswerk op.”

Kopje koffie
Op de vraag of er in de afgelopen tien jaar iets gebeurd is, wat ze nooit meer vergeet, blijft het even stil aan de andere kant van de lijn. Daarna vervolgt ze enthousiast: “Poeh, daar vraag je me wat! Ik heb hier zoveel meegemaakt dat ik zo een, twee, drie niet iets kan noemen wat er speciaal uitspringt. Wat ik in ieder geval nooit vergeet is dat we hier vooral veel gelachen hebben samen. Het zorgen voor de gasten ga ik ook vast en zeker missen, net als mijn collega’s. Maar ach, ik ben altijd vrij om eens binnen te lopen voor een kopje koffie. Iets wat ik vast en zeker ga doen.”

Foto-onderschrift: Sjaan op het voor haar zo vertrouwde plekje in De Wieksjlaag.

 


«   »