Feuilleton deel 4

Gepubliceerd op 21 februari 2021 om 16:52

Je hebt het gehaald! De inburgeringscursus!”, roept Lot enthousiast. Het felbegeerde papier, een musthave om kans te maken op een verblijfsvergunning. Het is binnen. Dat schept nieuwe mogelijkheden voor Zohra. Omdat er geen enkel café of restaurant open is om deze bijzondere mijlpaal te vieren, besluiten de dames om de thee, koekjes en chocolade in de bigshopper mee naar buiten te nemen. Het is immers ongekend mooi weer. Werd er vorige week nog gesproken over een mogelijke Elfstedentocht, nu is het ineens lente. “Kom Zohra, we kunnen nog net voordat de kinderen uit school komen het park in”, besluit Lot. Een bankje in het net pas aangelegde nieuwe park bij het Huis van de Gemeente biedt de dames een heerlijk plekje.

Samen zitten ze daar, in de zon. Lot en Zohra voelen de band die ze met elkaar hebben. Dan vertelt Zohra over een van haar grote verlangens: het oppakken van haar studie die ze in Afghanistan noodgedwongen moest afbreken. “Ik studeerde aan de kunstacademie Maimanagi in Kabul. Maastricht heeft ook een kunstacademie. Ik heb al eens op internet gezocht naar mijn mogelijkheden, en of ik dan weer helemaal opnieuw zou moeten beginnen.
Mijn man Tawab staat helemaal achter mij. Hij zegt: ‘Zohra, ongeacht de hoogte van een berg, er is altijd een top!’” “Dat klopt helemaal”, zegt Lot. “Mijn moeder gaf me altijd goede raad als ik het eens niet zag zitten of als iets weer niet lukte. Dan kwam ze altijd met een spreuk of een gezegde. Nu kan ik dat wel waarderen, vroeger zelden.” “Ik wilde dat mijn moeder me nu kon zien, zoals ik hier zit samen met jou op een bankje in de Nederlandse zon zit”, reageert Zohra. “Mijn moeder…..”, Zohra heeft het moeilijk, Lot kan het zien en horen aan haar stem.
De zon schijnt en het is best druk in het park. Daarom merken ze niet dat er al geruime tijd iemand is die hun gade slaat. Een man, hij staat er al zeker 20 minuten. Strak kijkt hij voor zich uit, starend lijkt het wel. Hij staart richting het bankje waar Lot en Zohra zitten. Plotseling haalt hij zijn handen uit zijn zakken en loopt met ferme pas richting het bankje. Hij heeft iets in zijn handen. Als hij bij Zohra en Lot is haalt hij uit en steekt in een beweging naar Zohra. Zohra zakt tegen Lot aan, en zij schreeuwt het uit. De man vlucht weg, omstanders kijken vreemd, alles lijkt te vertragen.
De man die weg rent, de omstanders die verbaasd kijken omdat er geschreeuwd wordt, kinderen die stoppen met hun spel, en de dames op het bankje
waarvan een voorover valt en de ander blijft gillen…


«   »