Feuilleton deel 7

Gepubliceerd op 14 maart 2021 om 12:50

Het is alweer een dikke week geleden dat Zohra slachtoffer was van zinloos geweld. Ze is inmiddels thuis na een ziekenhuisopname van enkele dagen. Hoewel ze flink wat bloed is verloren, zijn er geen vitale organen geraakt. Ze heeft volgens de arts wel veel geluk gehad. Dankzij de goede zorgen in het VieCuri ziekenhuis knapt ze sneller op dan verwacht en mag ze zelfs een dag eerder naar huis.

Lot bezoekt haar wanneer ze maar kan. Ze wil zo graag met Zohra praten over het gebeurde om het te kunnen verwerken, maar Zohra wil er niets van weten. Om haar man en kinderen niet ongerust te maken, doet ze alsof het allemaal niet zoveel voorstelt. Ook slachtofferhulp heeft ze afgewimpeld. Maar op onbewaakte momenten huilt ze in stilte. Dan verlangt ze hevig terug naar haar familie en thuis in het vooroorlogse Afghanistan. Het land dat ze noodgedwongen moest verlaten voor de veiligheid van haar gezin. Hoewel ze erg aan het land en de gewoontes hier had moeten wennen, houdt ze inmiddels met heel haar hart van Nederland. En dan vooral van Panningen waar ze zich zo thuis en vrij voelt. Of voelde. Want dat gevoel van vrijheid en veiligheid is ruim een week geleden bruut van haar afgenomen. Tawab heeft het ook moeilijk met het gebeurde, maar houdt zich eveneens groot voor zijn gezin. Hij maakt zich veel zorgen om zijn vrouw. Als het aan hem ligt, gaat ze niet meer alleen naar buiten. Zelfs niet met Lot, hoewel hij haar niets kwalijk neemt. Maar Zohra is zijn alles, hij zou zich geen raad weten zonder haar. Stel je voor dat ze geen willekeurig slachtoffer is? Ondanks dat Lot de politie een naam wist te geven, heeft de politie de dader nog altijd niet kunnen traceren. Dit omdat hij sinds enkele jaren geen vaste woon- of verblijfplaats meer heeft. Ook zijn familie heeft geen contact meer met hem. Ze waren geschokt door zijn daad en beloofden de politie het direct te melden als hij contact zou opnemen. Op hun verzoek heeft de politie zelfs een groot boeket bloemen afgegeven bij Zohra om hun medeleven te tonen. Ze heeft Tawab echter gevraagd, gesommeerd zelfs, het boeket in de groene afvalbak te gooien. Ze wil niets in haar buurt hebben wat haar ook maar een beetje aan die vreselijke man herinnert. Eigenlijk wil ze het allemaal vergeten. Het liefst zo snel mogelijk. Net zoals die vreselijke herinneringen aan de oorlog in Afghanistan, de hel die ze daar heeft doorstaan en de reden waarom ze naar Nederland is gekomen.

Zohra hoort een zacht geklop op de deur en schrikt overeind. Een pijnscheut schiet door haar buikstreek en ze krimpt voor een moment ineen. Voorzichtig gaat de deur open en steekt Lot het hoofd door de opening. “Zohra, ben je wakker?” Zohra kreunt, nog meer van het gebrek aan behoefte aan bezoek dan van de pijn. Lot stapt zachtjes de kamer binnen. “Gaat het?” vraagt ze bezorgd als ze het van pijn vertrokken gezicht van Zohra ziet. “Ja hoor, ik voel me blij”, antwoordt Zohra. Lot glimlacht. Ze weet dat Zohra blij zegt, maar goed bedoelt. Sinds die bewuste dag is er iets veranderd tussen hen. Lot voelt het, maar kan er niet meteen de vinger opleggen. Het vanzelfsprekende, vertrouwde en onbevangen gevoel tussen beiden lijkt wel weg. Alsof het in een paar dagen tussen hun vingers is weggesijpeld. Het doet Lot verdriet. Samen hadden ze allerlei plannen bedacht: een klein theehuisje starten in Peel en Maas; iets met kunst en kinderen doen; vrijwilligerswerk bij de dagbestedingen in de gemeente; een buurtproject opzetten. Maar nu, nu lijkt het alsof er een wereld tussen hun in zit. “Zal ik thee voor je maken”, vraag Lot. “Nee dank je.” “Heb je nog iets gehoord van de politie? Hebben ze hem al kunnen vinden.” Zohra zucht. Ze is geïrriteerd, maar laat niets merken. “Nee. Zeg Lot op wie ga jij stemmen volgende week”, probeert Zohra het gesprek een andere wending te geven. “Je moet wel gaan stemmen hè. Dat is heel belangrijk. Als ik zou stemmen, zou ik het wel weten.” Om de tijd te doden en haar Nederlands te oefenen, heeft Zohra alle verkiezingsprogramma’s gelezen. “Echt?” antwoordt Lot verrast. Zelf is ze nog altijd zwevende en heeft geen idee bij welke naam ze de rode stip zal zetten. “En op wie zou je dan gaan stemmen?” Nog voordat Zohra kan antwoorden, gaat de deurbel. “Verwacht je bezoek”, vraagt Lot. Zohra kijkt verbaasd en schudt haar hoofd. Lot loopt naar de gang en ziet nog net door het ondoorzichtige raamfolie van de voordeur een figuur weglopen. Dan valt haar oog op een witte hoek onder de deur. Als ze dichterbij komt, ziet ze dat het een envelop is. Voorzichtig trekt ze de envelop onder de deur uit. Er staat geen naam of adres op. Ook geen afzender. Vreemd, denkt ze. Nadat ze de envelop aan Zohra overhandigt, loopt ze de keuken in om toch een pot thee te zetten. Ondertussen kletst ze volop over de aanstaande verkiezingen en welke partijen haar interesse het meeste wekken. Voor zover ze het allemaal volgt, roept ze er nog achteraan. In de kamer opent Zohra voorzichtig de envelop en haalt er een vel papier uit. Terwijl Lot het hete water in twee mokken schudt, hoort ze plotseling een gil vanuit de woonkamer. Van schrik laat ze de theepot vallen en rent de kamer in. Zohra heeft haar handen voor haar gezicht geslagen en begint te snikken. Dan wordt Lots aandacht getrokken naar de brief op de grond. Als ze ziet wat er op het verfommelde papier staat, voelt ze de grond onder haar voeten verdwijnen. 

 

Wordt vervolgd…


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.