Feuilleton deel 17

Gepubliceerd op 31 mei 2021 om 18:14

Nog amper ontwaakt uit haar diepe slaap stapt Lot uit bed. Gelukkig hadden Lots ouders na haar uit huis gaan haar slaapkamer helemaal intact gelaten. “Je weet maar nooit wanneer het van pas komt”, had haar moeder meermaals gezegd. Na de grote ontdekking van de dag ervoor was Lot helemaal ingestort. In de war en helemaal op. Haar gedachten tolde door haar hoofd, maar tegelijk voelde ze zich zo leeg. Hoe kon de man verantwoordelijk voor alle ellende zo dichtbij blijken te staan? Na een door haar moeder verplicht warm bad en het opeten van een bord spaghetti bolognese –haar lievelingskost- had Lot het idee geopperd om Bart te bellen. Ze moest immers meer weten over deze van het spoor geraakte jongen. “Lot, doe dat nou niet. Neem je rust, je hebt het hard nodig. Morgen kijken we wel weer verder.” Met pijn en moeite had Lot haar mobiel bij haar moeder ingeleverd en was ze op haar advies in bed gekropen. Nog voor ze de kans kreeg alle gebeurtenissen nog eens de revue te laten passeren, was Lot vertrokken.

Lot zet een kop koffie en loopt een rondje door de woonkamer op zoek naar haar telefoon. ‘Oke Lot, logisch nadenken. Waar zou je moeder iets verstoppen?’ Haar moeder kennende was het de meest onlogische plek. Na wat kastjes en kistjes te hebben opengetrokken, valt haar oog op de salontafel. Daar ligt hij, op de meest onverholen plek. “Jeetje mam, was dat het beste dat je kon bedenken?”, grinnikt Lot hardop. Ze pakt haar telefoon. Geen gemiste oproepen, enkel een berichtje van haar collega: ‘He Lot, hoe gaat het meid?’. Lot swipet de melding van haar scherm en opent haar contacten. Ze typt Barts naam is en drukt op het groene horentje. ‘Bart, alsjeblieft neem op…’ Slechts drie keer gaat de telefoon over en dan… niks. Alsof hij haar wegdrukt. Lot probeert het nog een eens.. en nog eens. Tevergeefs. Alle energie die ze tijdens haar nachtrust had opgedaan, lijkt in een klap verdwenen. Moedeloos laat Lot zich door haar benen zakken. Ze slaat haar handen voor haar ogen. ‘Gaat het ooit nog eens meezitten?’, vraagt ze zich af. Dan begint haar telefoon te trillen. “HET IS BART!” Uit opluchting springt Lot overeind en graait haar telefoon van de grond. “Bart! eindelijk.” “Hé Lotje, hoe is het? Je hebt me gebeld?” Lot vraagt zich af wanneer Bart haar voor het laatst ‘Lotje’ noemde, maar besluit meteen ter zaken te komen. “Ja uh wel prima geloof ik. Ik vroeg me af… Heb je nog weleens iets gehoord van Tim, je neef?” Lots hart begint sneller te kloppen. “Het laatste wat ik gehoord heb is dat hij een nacht heeft vastgezeten, maar dat is al weer een tijd geleden. Hoezo?”, antwoordt Bart. “Vastgezeten? Waarom vastgezeten?” Het wordt Bart duidelijk dat zijn ex niet uit interesse naar hem belt. “Omdat hij een azc is binnengewandeld met een mes op zak. Gelukkig liep dat goed af, maar hij is was het spoor destijds bijster. Daarna heb ik niks meer over hem gehoord.” Direct vallen bij Lot een aantal belangrijke puzzelstukken in elkaar. De man die Zohra neerstak deed het doelbewust en had het gemunt op asielzoekers, dat kon niet anders. En het ergste is: hij loopt nog gewoon vrij rond. Wie weet op zoek naar nieuwe slachtoffers…


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.