Kortom...

Gepubliceerd op 12 mei 2020 om 09:00

Cultuur

In tijden van crisis wordt oorlogsretoriek niet geschuwd. Zo zijn we in oorlog met een ‘onzichtbare vijand’ en moet een ‘oorlogskabinet’ ons uit deze crisis leiden. Naar verluidt heeft would-be leider/fashion victim/minister Hugo de Jonge al soldatenkistjes besteld met een kek motief. Zoals in elke oorlog zijn er ook ditmaal alleen verliezers, zowel op menselijk als op economisch vlak. Door het laatste wordt geknaagd aan de solidariteit die aan het begin van deze crisis wat hoger leek te liggen dan momenteel. Het verzet tegen de maatregelen groeit en middenstanders en grote bedrijven beginnen zich te roeren, nu omzetten kelderen, faillissementen dreigen en de werkloosheid schrikbarend dreigt op te lopen. De oud-Hollandsche koopmansgeest was voor even de kop ingedrukt ten bate van het grotere algemene nut, maar stilaan begint de typering ‘Nederland is geen land, maar een onderneming’ weer opgeld te doen.

Tot de veronachtzaamde slachtoffers in deze ‘oorlog’ behoort de culturele sector, ook wel eens smalend een ‘linkse hobby’ genoemd. Theaters, filmhuizen, poppodia, muziekfestivals kwijnen weg. Tot nu toe werd de culturele sector door de overheid een fooi van 300 miljoen euro toegeworpen. Een aalmoes dat je nauwelijks serieus kunt nemen, gezien de honderdduizenden mensen die in deze sector hun brood verdienen en het belang voor het algehele welzijn. Cultuur is een essentiële levensbehoefte, voedsel voor de geest, maar is anders dan andere economische sectoren moeilijk te vatten in winst- en verliesrekeningen. De culturele sector dreigt als laatste van slot te gaan en dan nog kan er van een opleving nauwelijks sprake zijn in een anderhalve meter samenleving. Mogelijk ontbreekt het de sector aan een krachtige lobby (of tractoren…), maar persoonlijk moet ik er niet aan denken straks niet of nauwelijks meer van cultuur te kunnen genieten.

Om de analogie met de oorlog nog even door te voeren: Nazi-kopstuk Hermann Göring schijnt ooit gezegd te hebben: ‘Als ik het woord cultuur hoor, dan trek ik mijn pistool’. Good old Winston Churchill wist cultuur beter op waarde te schatten. Tijdens WOII stelde de minister van financiën van de Engelse regering aan Churchill voor om een deel van het kunstbezit van de staat te verkopen, om zo de almaar stijgende kosten van de oorlogsvoering te kunnen financieren. Churchill zou toen geantwoord hebben met een van zijn vermaarde oneliners: ‘Then what are we fighting for?’ We hebben meer Churchills nodig.

 

Frank Heijthuijsen


«   »