Kortom...

Gepubliceerd op 25 augustus 2020 om 09:00

Undie

‘Zorg dat je altijd een schone onderbroek aan hebt, voor het geval je na een ongeluk in het ziekenhuis mocht belanden’. Deze moederlijke wijze raad zal menige oudere jongere niet onbekend in de oren klinken. Een advies dat ik zoveel mogelijk probeer op te volgen. Maar met welke onderbroek maak je tegenwoordig de blits, nu hij van functioneel kledingstuk is uitgegroeid tot een fashion statement? Kwestie van je ogen even de kost geven. Onderbroekmerken piepen tegenwoordig steevast uit boven laaghangende lange broeken. De merken Calvin Klein en Björn Borg -een tijdlang favoriet bij vooral jongeren- ondervinden inmiddels echter hevige concurrentie, waarbij me nog altijd niet duidelijk is welke functie een onderbroek heeft wanneer je deze onder een zwembroek draagt, maar dit geheel terzijde.
Op tv is er blijkens de reclameblokken een hevige strijd onder de gordel gaande tussen de merken On That Ass (Op Die Kont, voor niet-Anglofielen), Undiemeister (‘Onderbroekkampioen’ klinkt zóóó Zeeman…) en Bamigo (gemaakt van bamboe, het textiel van de toekomst). Bij de eerste kun je een abonnement afsluiten en ontvang je elke maand een nieuw exemplaar. Twaalf onderbroeken per jaar??? Ideaal voor wie zijn fiets heeft uitgerust met een zadel van schuurpapier, maar verder? Undiemeister gewaagt van ‘revolutionair, ongekend comfortabel en stijlvol. Gemaakt van Mellowood®’(?). Bovendien wordt er ingespeeld op latente onderbroekenangst, omdat ‘je toch niet gezien wil worden in een vale, versleten onderbroek?’ Laat ik zelf nou altijd gedacht hebben dat inhoud boven vorm prevaleert, maar goed. Dragers van een Bamigo worden geassocieerd met de pandabeer. Oftewel: een onderbroek voor vreselijk luie donders, die nog met geen stok tot één keer paren per jaar kunnen worden aangezet. Te mijden dus.
Persoonlijk zweer ik sinds jaar en dag bij wijde, zwarte boxershorts van de inmiddels in zwaar weer verkerende HEMA. Ik huldig daarbij het principe ‘Free Willie’ en geef mijn wormvormig aanhangsel graag wat Lebensraum. Net wat frisser ook. Verder acht ik de kans klein dat er -mocht ik daadwerkelijk na een ongeluk in het ziekenhuis belanden- bij een open beenbreuk éérst wordt gekeken of ik wel een schone onderbroek aan heb. Desondanks wil ik niet het risico lopen dat de eerste diagnose van de dienstdoende arts luidt: ‘Ik zie het al. Duidelijk een geval van een lange remweg, in combinatie met een klamme balzak’.

 

Frank Heijthuijsen


«   »