Kortom...

Gepubliceerd op 8 september 2020 om 09:00

Auto’s

Aangezien mijn maag beter bestand is tegen de aanblik van lekkende olie dan van druipend bloed, kijk ik liever naar tv-programma’s als ‘Wheeler Dealers’ en ‘FantomWorks’, dan naar ’24 Uur in de E.R.’. Te meer daar ik als dubbele linkshandige nauwelijks benul heb van wat er zich onder de motorkap van mijn auto afspeelt. Gaspedaal, koppeling, rempedaal en lichten weet ik nog nét te vinden, oliepeil en koelvloeistof checken en eventueel bijvullen van de vloeistoffen lukt ook nog, maar daarmee houdt mijn technische kennis van auto’s ook zowat op.
Ik kijk dan ook met een mengeling van bewondering, verwondering en afgunst naar voornoemde programma’s, waarin auto’s die -voor mij als leek- eerder rijp lijken voor de sloop, volledig worden gestript, opnieuw in elkaar gezet en uiteindelijk in bijna nieuwstaat weer de garage van de programmamakers verlaten. Motorblokken worden vervangen of gereviseerd, de ophanging idem dito, bekleding wordt vernieuwd, elektrische systemen die de geest hebben gegeven worden weer tot leven gewekt, carrosserieën uitgedeukt en van nieuwe lak voorzien, het aantal pk’s soms opgevoerd, versnellingsbakken vervangen en hier en daar wordt een onderdeel stevig gepimpt. En dat alles alsof het geen moeite kost. Klassieke auto’s als de Ford Mustang, Ford Capri, Chevrolet Impala, Cadillac Deville en zelfs een simpele Opel Kadett komen als roestbakken binnen, maar nadat de monteurs van deze programma’s ze onder handen hebben genomen, glimmen en ronken de auto’s weer alsof ze net uit de showroom zijn gereden. Het duizelt me van de technische details (differentieel???) en het vakmanschap van de monteurs. Na het zien van een aflevering leg ik het hoofd steevast deemoedig in de schoot en vraag ik me telkens af wat ik met mijn leven heb gedaan en waarom ik niet gewoon een vak heb geleerd.
Nou heb ik een auto altijd gezien als een vervoermiddel dat me -liefst zonder te haperen- van A naar B dient te brengen, maar ik kan me goed inleven in de opwinding die door het lijf van de eigenaar of koper van zo’n uit de dood herrezen klassieker gaat, als deze puntgaaf wordt afgeleverd. Afgezien van het bijbehorende prijskaartje dan. Wonderen op wielen en van technisch vernuft zijn het en over benzineverbruik en CO²-uitstoot hebben we het dan maar even niet.
Notitie voor mezelf: volgende week de garage bellen voor een afspraak. Het is weer tijd voor een grote beurt.

 

Frank Heijthuijsen


«   »