Kortom...

Gepubliceerd op 17 november 2020 om 12:12

Buuv

Via de dorps-tamtam bereikte mij het bericht dat mijn buurvrouw was overleden. In de ruim acht jaar dat we buren waren, had ik haar leren kennen als een pittige, mondige tante die op haar zelfstandigheid was gesteld. Tevens fungeerde zij als de oren en ogen van de straat en als lokale nieuwszender, met wandelstok. Aanvankelijk vreesde ze, dat met een muziekliefhebber als buur, er een einde aan haar rust zou komen. Een vrees die al snel geen bewaarheid bleek. Ze was het vaste afgiftepunt voor pakketjes als ik niet thuis was en stond bij thuiskomst vaak al te zwaaien als er weer eens LP’s bij haar waren afgegeven. Gesprekken over koetjes en kalfjes en een grap hier en daar, vormden de smeerolie voor onze burenrelatie. Af en toe riep ze mijn hulp in als er een probleem was met de telefoon, de verwarming of andere kleine klusjes, of als ze trek had in een frietje en ik als bezorgdienst mocht fungeren. Het meest opmerkelijke was haar tekst en uitleg toen er een keer twee mannen bij haar op bezoek waren geweest. Of ik dat gezien had? En dat ik me niks in mijn hoofd moest halen. Er was niets aan de hand, want ‘als ze me een duwtje geven, dan kiep ik al om’. Ik moest lachen om het feit dat ze in de veronderstelling was dat ik ook maar zou kúnnen denken dat er één deur verder een wilde orgie aan de gang was geweest, met mijn bejaarde buurvrouw als stralend middelpunt. Ik verzekerde haar dat ik het motto ‘leven en laten leven’ aanhing, dat ik haar nergens van verdacht en dat het me verder niks aanging wat zij binnenskamers deed.
De laatste tijd ging het langzaam bergaf met haar fysieke gesteldheid. Er waren kwalen, kwaaltjes en hevige pijnen, die stilaan de levensvreugde uit haar wegzogen. Via-via hoorde ik dat ze naar een verzorgingshuis zou verhuizen. Gewapend met een doos koekjes ging ik langs om afscheid te nemen. Ze was in tranen, maar constateerde dat het gewoon niet meer ging. We kletsten wat en ik probeerde haar gerust te stellen. Mijn oma had nog een mooie tijd gehad in hetzelfde verzorgingshuis en alles was daar prima geregeld, opperde ik. Ze klaarde wat op en meldde dat ze zich geen betere buurman had kunnen wensen. Ik nam de complimenten dankbaar in ontvangst en retourneerde ze in soortgelijke bewoordingen.
Het gezegde ‘oude bomen moet je niet verplaatsen’ leek weer eens opgeld te doen, aangezien ‘de buuv’ -zoals ik haar altijd liefkozend noemde- maar een week heeft doorgebracht in het verzorgingshuis. Hoe triest ook: met 93 lentes op de teller, kun je bezwaarlijk spreken van een wiegendood.

Frank Heijthuijsen


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.